Ik wil hier mijn visie geven over het psychische deel van de gebruikshond.
Alvorens verder te gaan moeten eerst een paar begrippen gedefinieerd
worden.
Als ik over hond of gebruikshond spreek bedoel ik een hond die geschikt
zou zijn om als DIENSTHOND te worden gebruikt.
Als ik over DIENSTHOND spreek bedoel ik hiermee niet de blaf- en
bijthonden die door de ME worden ingezet bij rellen, maar een betrouwbare
en zekere surveillancehond, politiespeurhond of reddingshond.
Als ik over KARAKTER, of wat de Duitsers zeggen: "DAS WESEN" spreek
van de hond moet eerst gedefinieerd worden wat hiermee bedoeld wordt.
Met KARAKTER bedoel ik de manier waarop de hond reageert op invloeden
van buitenaf. Deze invloeden of prikkels van buitenaf kunnen gerangschikt
worden naar hun soort evenals de reacties van de hond hierop. Dit
laatste vormen de karaktereigenschappen van de hond.
In volgorde van belangrijkheid kunnen we de volgende drie primaire
eigenschappen benoemen:
MOED
ZEKERHEID
HARDHEID
NATUURSCHERPTE
Onder MOED versta ik de eigenschap dat de hond in onverwachte en
bedreigende situaties datgene doet wat van hem wordt verwacht, ongeacht de
mogelijke consequenties voor de hond.
ZEKERHEID is eigenlijk een onderdeel van MOED, zonder ZEKERHEID
is MOED niet mogelijk.
Onder HARDHEID versta ik de eigenschap van de hond om onaangename
inwerkingen van buitenaf te verdragen in de uitvoering van zijn taak.
Onder NATUURSCHERPTE versta ik de eigenschap om op eigen initiatief
in te grijpen in bedreigende situaties.
Dit is heel wat anders dan gewone scherpte! Gewone scherpte komt voort
uit onzekerheid of zelfs angst en is zeer ongewenst!
Als secundaire eigenschappen kunnen we benoemen:
TEMPERAMENT
LEIDZAAMHEID
STUGHEID
VRIENDELIJKHEID
SCHERPTE
TEMPERAMENT is de zichtbare uiting van drang om te werken.
Zonder MOED, ZEKERHEID en HARDHEID heeft TEMPERAMENT
geen waarde.
We zien dan een drukke hond, veel geschreeuw en weinig wol.
Dit is het type hond wat bij het afstandstellen in komt als een
kogel maar tijdens het gevecht verslapt in beet. We zijn veel
beter af met een rustige, moedige hond die zonder flauwekul
zijn mannetje staat.
LEIDZAAMHEID kan in conflict komen met hardheid, de beste honden
zijn geen balletjeshonden! Er moet veel meer tijd gestoken worden in de
opbouw van de hond als bij een zachte hond. We zullen dikwijls
genoegen moeten nemen met het feit dat we voor de laatste 10%
geen baas zijn over de hond.
STUGHEID, vooral DDR-bloed honden kunnen zeer stug zijn, dit vloeit
voort uit hun hardheid, het is het tegenovergestelde van
LEIDZAAMHEID
. Het kan zeer vervelend zijn vooral als het een hond
is die verhaal komt halen op zijn geleider als het hem niet bevalt.
STUGHEID is in principe niet negatief, we moeten er leren mee omgaan.
VRIENDELIJKHEID dit is een aangeboren eigenschap
van alle goede honden, onzekere en scherpe honden kunnen
onvriendelijk of zelfs agressief zijn.
ONVRIENDELIJKHEID bij een goede hond wordt veroorzaakt door
onredelijk gedrag van de opvoeder-geleider t.o.v. de hond.
SCHERPTE wordt veroorzaakt door onzekerheid of angst, dit wordt
gecompenseerd door agressief gedrag. Dit soort honden worden het
meest betrokken bij bijtincidenten. Er is maar een remedie: WEG
met deze honden! Niet verder laten leven, niet voor de buitenwereld
en zeker niet voor de fokkerij.
Er wordt tegenwoordig in de africhting veel gesproken over BUITDRIFT.
Naast SPEELDRIFT zal deze eigenschap zeker aanwezig zijn bij de
door mij geschetste goede karakterhonden.
Het is verder voor het werk van weinig belang, een goede hond doet
geen pakwerk uit het principe van BUITDRIFT maar vanuit MOED,
HARDHEID en NATUURSCHERPTE. Ik heb het dan wel over KNPV
pakwerk, afd C van het IPO is niets anders dan een nog verder
doorgevoerde afdeling APPEL!
Jacques