...:: DDR Wesenwertmessziffernsystem ::...

  1e cijfer:
Formaat
2e cijfer:
Verschijning
3e cijfer:
Lichaamsbouw
4e cijfer:
Karakter
/ 5e cijfer:
Scherpte
6e cijfer:
Hardheid
0 Typeloos fijn, zwak
fijngevoelig
kryptorchide nerveus, angstig
zeer schuw
  (scherpte en hardheid worden in 5 stadia uitgedrukt. Het cijfer 5 werd alleen op de Körung gegeven (niet op de Zuchttauchlichkeitsprüfung)
1 Zonder uitdrukking
ontbrekende geslachtsuitdrukking
weinig hoeking, slechte verhouding en gangwerk, of borstfouten schrikachtig, gebrek aan moed, geluidsgevoelig   geen geen
2 Licht gebouwd gebitsfouten of pigmentverlies ontbrekende voor of achterhanddiepte onzeker, zichtbare angstmomenten, kan scherpte bezitten en prikkelbaar   weinig weinig
3 Hoogpotig vachtfouten of zwak fundament normale hoekingen terughoudend, wantrouwend of agressief   voldoende voldoende
4 Voldoende krachtig tijdelijke ontwikkelingsstoring goede hoekingen agressief, zeer veel scherpte met duidelijke hardheid, boosaardig   goed goed
5 Middelkrachtig adel en kracht, harmonie en lijn uitmuntend in vorm, harmonie en belijning zeker, goedaardig, zeer hard tegen inwerkingen   zeer goed zeer goed
6 Zeer krachtig robuust, met substantie goed met rijkelijk borstvorming zeker, goedaardig, hard tegen inwerkingen
5555/44

6547/33

6446/44
7 Laag op de poten los in de banden en gewrichten, duidelijk slapte in een of beide oren overgestrekt, te lange rug zeker, goedaardig, zacht tegen inwerkingen
8 Zwaar overgewicht, opgeblazen over gehoekt zeker, goedaardig, onverschillig weinig scherpte
9 Grof zwakke botten, rachistisch overgeproportioneerd kombinatie van 6-8 geen scherpte, weinig reactie, gedrukt, zacht

Het Wertmessziffernsystem, was het instrument wat in de DDR werd gebruikt (vanaf 1982) om de kwaliteit van een hond weer te geven op de aankeuring.
De keuring geschiede door een erkende Wesenbeurteiler. Iedere hond werd beoordeelt met zes cijfers. De eerste drie cijfers geven een indruk van de anatomie, het vierde cijfer heeft betrekking op het karakter, de cijfers na de streep (cijfer 5 en 6) op de scherpte en hardheid.(zie foto's honden met daaronder hun beoordeling)
Het cijfer 5 was de ideale waardering, het staat voor de ideale hond zowel in schoonheid als gebruikswaarde. De cijfers 4-0 en 6-9 brengen de afwijkingen tot uitdrukking, waarbij 3-7 als normaal werd beschouwd.
Kwalificatie
  • Ongeschikte honden: karaktercijfer 1,2,3 of 8 en een scherpte en/of hardheid van 1 of 2.
  • Bruikbare honden: karaktercijfer 3 of 7 en een hardheid van 3
  • Goede honden: karaktercijfer 3 of 7 en een hardheid van 4
  • Harde honden karaktercijfer 3, 4, 5 of 6 en een hardheid van 4 of 5
  • Voor de staatsdienst was een criteria een combinatie met ---3/33 tot en met ---7/33 (de eerste drie anatomie cijfers waren van minder belang voor de staatsdienst) zie tabel II.

    Men kende twee keuringen. De Zuchttauchlichkeitsprüfung (ZTP): voor honden tot 24 maanden. Deze keuring was twee jaar geldig.
    de tweede heette gewoon de Körung: voor honden van 24 maanden en ouder. Deze is de eerste drie jaren geldig, de "pakwerk" test was op de körung zwaarder als op de ZTP.
    Uiteraard was een africhtingskenteken verplicht, verder konden alleen HD-vrije honden aangekeurd worden (geen a-fast normal of a-noch zugelassen).
    De karakter beoordeling werd altijd gegeven na de scherpte en hardheid beoordeling. Hiervoor was geen vast protocol, omdat de beoordelaar het hele beeld van de hond tijdens de complete keuring observeerde. Het gedrag tijdens de anatomie keuring (betasten), en zijn houding tegenover vreemden konden reeds een belangrijke indicatie geven.

    Verklaring van de oefeningen voor scherpte en hardheid :
    Bij een ZTP en een Körung moeten de volgende punten gemarkeerd worden:

    ZTP
    Punt A
    Punt B op 20 meter
    Punt C op 45 meter
    Punt D op 60 meter
    Körung
    Punt A
    Punt B op 45 meter
    Punt C op 70 meter
    Punt D op 90 meter

    De Scherpte beoordeling; (hier wordt bedoeld Natuurscherpte)
    De scherpte werd beoordeelt door middel van het inhalen van een vluchtende persoon, waarbij men erop diende te letten dat de pakwerker de bijtarm tegen het lichaam aan en gehoekt hield.
    De geleider bevindt zich met hond op punt A. De pakwerker (PW) hitst de hond vanuit punt B en vlucht.
    Wanneer hij punt D heeft bereikt wordt de hond gestuurd en moet hard en vol en hoog inbijten, en de vlucht verhinderen.

    De Hardheid beoordeling;
    De hardheid werd bepaald door middel van een tegenaanval die de pakwerker vanuit de beweging uitvoerde. Bij de Körung krijgt de hond een stokslag voor en na het inbijten. Bij de ZTP alleen de dreiging met de stok. Bij de tegenaanval diende de stok in dreigende geheven stelling te worden gedragen.
    De geleider bevindt zich met hond op punt A. De PW hitst de hond nu vanuit punt C op en vlucht.
    Dit is het moment waarop de hond wordt gestuurd. Bereikt de hond punt B dan draait de PW zich om en voert een aanval uit op de hond. Waarbij de hond (alleen op Körung) een stokslag krijgt voor en na het inbijten.

    Verklaring van de waardering voor scherpte:(het 5e cijfer)
    5- Zeer goede scherpte(alleen op de körung)
    De hond vervolgt de pakwerker met grote en onverminderde snelheid en verhindert de vlucht met volle en hoge beet.
    4- Goede scherpte
    De hond vervolgt de PW met onverminderde snelheid en verhindert de vlucht met een zeer goed bovenarm beet.
    3- Voldoende scherpte
    De hond past voordat hij bijt zijn snelheid aan bij die van de PW maar bijt goed.
    2- Weinig scherpte
    De hond vervolgt de PW maar bijt zwak.
    1- Geen scherpte
    De hond vervolgt de PW over de volle afstand of zelfs minder, bijt niet of bijt heel zwak en verlaat direct de PW.
    Verklaring van de waardering voor hardheid:(het 6e cijfer)
    5- Zeer goede hardheid(alleen op de körung)
    De hond gaat met onverminderde snelheid door de stokslag, toont geen enkel teken van zwakte, en bijt vol en hoog.
    4- Goede hardheid
    DE hond remt binnen de reikwijdte van de stok iets af, zet de aanval in rechte lijn voort en bijt zeer goed.
    3- Voldoende hardheid
    De hond bedreigt de PW binnen reikwijdte van de stok, bijt niet maar laat zich ook niet verjagen en komt wanneer de PW de aanval staakt tot een goede beet. Bij de ZTP (geen stokslag voor de beet) komt de hond na enige twijfel tot een goede beet.
    2- Weinig hardheid
    De hond haalt de PW in, blijft buiten reikwijdte van de stok en laat zich door de PW in een bepaalde richting drijven zonder de PW te verlaten. Alleen de Collie mag in dit geval aangelijnd bijten.(De keuringen waren voor alle aangewezen werkhondenrassen, men kende geen keuringen exclusief voor de Duitse Herder)
    1- Geen hardheid
    De hond laat zich verjagen en/of loopt terug naar de geleider.

    © design G.Nagel: www.duitseherders.com